De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 december 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De opgeëiste persoon, geboren in 1975, met de Nederlandse en Duitse nationaliteit, werd niet op de zitting aanwezig en bleek zich niet meer in Nederland te bevinden.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn op het EAB was verstreken, maar dat dit de verplichting tot beslissing niet wegneemt. Uit een recente mededeling van de Poolse autoriteiten bleek dat de opgeëiste persoon in Duitsland was aangehouden, waardoor de grondslag voor het verzoek verviel.
Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB en stelde vast dat de overleveringsdetentie was geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.