ECLI:NL:RBAMS:2023:8484

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
4 januari 2024
Zaaknummer
C/13/741744 / FA RK 23-7343
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing uitsluitend gebruik woning aan vrouw wegens medische urgentie

Partijen zijn gehuwd en hebben geen gezamenlijke minderjarige kinderen. De vrouw en de man kampen beiden met medische problematiek, waarbij de vrouw naast psychische klachten ook lichamelijke beperkingen heeft die haar binden aan de woning vanwege aangebrachte voorzieningen.

De vrouw en de man hebben beiden verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen. De vrouw stelt dat zij en haar meerderjarige dochter nergens anders kunnen verblijven en dat de woning vanwege haar medische situatie noodzakelijk is. De man betwist dit en stelt dat hij meer belang heeft bij de woning, mede vanwege het contact met zijn jongste zoon.

De rechtbank maakt een belangenafweging waarbij zij vaststelt dat de dochter van de vrouw meerderjarig en gehuwd is en haar eigen onderdak kan verzorgen, zodat haar verblijf in de woning niet meeweegt. De medische urgentie van de vrouw, waaronder haar verminderde mobiliteit en de aanpassingen in de woning, is doorslaggevend. Ook al heeft de man psychische klachten en belang bij het contact met zijn zoon, kan dit contact elders plaatsvinden.

De rechtbank bepaalt dat de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning krijgt toegewezen en beveelt de man uiterlijk 15 februari 2024 de woning te verlaten. De man wordt geacht de vrouw voldoende gelegenheid te geven voor contactmomenten met zijn zoon indien die in de woning plaatsvinden.

Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de woning toegewezen en de man moet uiterlijk 15 februari 2024 vertrekken.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/741744 / FA RK 23-7343
Beschikking van 19 december 2023 betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna mede te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. Amrani,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna mede te noemen de man,
advocaat mr. D.G. Peters.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 8 november 2023;
  • het verweerschrift van de man met zelfstandige verzoeken, ontvangen op 27 november 2023;
  • de brief van 20 november 2023 van de vrouw met bijlagen 5 tot en met 11.
1.2.
De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 5 december 2023. Daarbij waren partijen met hun advocaten aanwezig. De heer Gharbaoui heeft ter zitting opgetreden als de tolk van de vrouw en mevrouw K. Lazar als tolk van de man. De advocaat van de man heeft ter zitting een aanvullend stuk overgelegd van de GGD.
1.3.
De advocaat van de vrouw heeft, zoals afgesproken, na afloop van de zitting een nader stuk overgelegd. Het betreft het besluit toekenning urgentie van 24 februari 2021 voor het verkrijgen van de huidige echtelijke woning.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 6 januari 2016 te Ksar-el-Kebir, Marokko, met elkaar gehuwd. Zij hebben de Spaanse nationaliteit.
2.2.
Partijen hebben samen geen minderjarige kinderen. De vrouw heeft (in ieder geval) een meerderjarige dochter en de man heeft (in ieder geval) twee minderjarige kinderen van 14 en 17 jaar oud, die in een pleeggezin wonen.
2.3.
In de brief van 24 februari 2021 aan partijen is beslist dat partijen in aanmerking komen voor urgentie bij het verkrijgen van een woning. Deze beslissing is gebaseerd ‘
op de gegevens uit uw persoonsdossier en het advies van de GGD arts’. Niet in geschil is dat daarbij wordt gedoeld op de brief van 23 februari 2021 van de GGD aan de vrouw. In die brief is – onder meer – het volgende opgenomen:

Samenvatting medische problematiek en beperkingen
Betrokkene heeft chronische stoornissen waardoor zij een verminderde fysieke en psychische belastbaarheid heeft. Er bestaan beperkingen van de mobiliteit en de stress tolerantie. Zij wordt specialistisch behandeld. Partner [naam en geboortedatum man] heeft een chronische stoornis waardoor hij een verminderde psychische belastbaarheid heeft. Hij wordt hiervoor specialistisch behandeld.
Beoordeling GGD-arts in relatie tot huidige woonsituatie
Het echtpaar woont op 4 hoog zonder lift en wil vanwege de mobiliteitsbeperkingen een andere woning. Daarnaast geeft de partner aan confronterende gedachten te krijgen door de tegenoverliggende school.
(…)
Overweging
Er ligt een afwijzend advies voor uit medio 2020. Uit de bevindingen tijdens het huidige spreekuurcontact en uit de gegevens in de beschikbare medische informatie blijkt dat op dit moment een woonurgentie medisch wel te onderbouwen is. Ten eerste zijn de beperkingen van mevrouw sinds medio 2020 toegenomen zoals o.a. blijkt uit het gebruik van een loophulpmiddel op dit moment. Doordat de woning alleen met trappen te bereiken is ontstaat een toenemend sociaal isolement met toenemende psychische beperkingen. Ten tweede bestaat er door de bijgevoegde en meegenomen nieuwe medische informatie voortschrijdend medisch inzicht met name in de verminderde psychische belastbaarheid van de [man]. De huidige woonomgeving met een tegenoverliggende school veroorzaakt een verergering van zijn klachten en bemoeilijkt zijn specialistische behandeling.
Advies
Op basis van objectief medische gegevens in het kader van een aanvraag medische woonurgentie bestaat een medische urgentie voor een woning die zonder trap bereikbaar is.”
2.4.
In de brief van de William Schrikker Stichting voor Jeugdbescherming & Jeugdreclassering aan de man van 3 november 2023 is het volgende opgenomen:

(…)Met ingang van 13 januari 2016 is de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering belast met de voogdij over de kinderen [van de man].
In het kader van de uitvoering van de maatregel is door de jeugdzorgwerker bepaald dat de volgende omgangsregeling met u in het belang van [de jongste zoon] wordt geacht:
Bezoeken gaan in vanaf 1 november 2023:
  • Om de zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur, de eerste bezoek begint op 4 november 2023. 3 keer moet het goed gaan, zodat er uitgebreid kan worden.
  • vanaf 2 december 2023 elke zaterdag van 10.00 tot 19.00 uur4 keer moet het goed gaan, zodat er uitgebreid kan worden.
  • vanaf 6 januari 2024 zaterdag 10.00 uur tot zondag 12.00 uur4 keer moet het goed gaan, zodat er uitgebreid kan worden.
  • vanaf 10 februari 2024 zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur3 januari 2024 om 10.00 uur wordt er geëvalueerd en wordt en besproken over een eventuele uitbreiding.
(…)

3.De beoordeling

3.1.
Beide partijen hebben het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning verzocht.
3.2.
De rechtbank is bevoegd om in deze voorlopige voorzieningen procedure kennis te nemen van de verzoeken. Daarop wordt Nederlands recht toegepast.
3.3.
De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangevoerd dat zij hier meer belang bij heeft dan de man. De (meerderjarige) dochter van de vrouw en de vrouw kunnen nergens anders naartoe, terwijl de man bij familie kan verblijven. Bovendien is de vrouw ziek en ook haar dochter kampt met psychische klachten. Zij hebben behoefte aan rust en de huidige situatie heeft een negatief effect op hun gezondheid.
3.4.
De man betwist de stellingen van de vrouw en stelt dat juist hij meer belang heeft bij het uitsluitend gebruik. De man betwist dat de meerderjarige dochter van de vrouw in de woning woont en dat hij ergens anders kan verblijven. De woning is destijds aan partijen toegewezen vanwege de psychische problematiek waar de man mee kampt, aldus de man. Daarnaast stelt hij dat hij de woning nodig heeft om het contact met zijn jongste zoon te kunnen faciliteren, welke contactmomenten op korte termijn zullen worden uitgebreid naar overnachtingen.
3.5.
Ter beantwoording van de vraag aan wie van partijen het uitsluitend gebruik van de woning zal worden toegewezen moet een belangenafweging worden gemaakt tussen de belangen van de vrouw enerzijds en de belangen van de man anderzijds.
Daarbij is in geschil is of de dochter van de vrouw wel of niet in de woning woont.
Of dit nu wel of niet het geval is doet er naar het oordeel van de rechtbank niet toe, omdat het wel of niet aanwezig zijn van deze dochter in de woning niet wordt meegewogen bij voornoemde belangenafweging. De dochter van de vrouw is meerderjarig en is bovendien gehuwd. Zij moet dus in staat worden geacht haar eigen onderdak te kunnen verzorgen.
3.6.
Voor wat betreft de afweging tussen de belangen van de man en de vrouw overweegt de rechtbank als volgt.
Vaststaat dat beide partijen medische klachten hebben. Uit de brief van de GGD blijkt dat de vrouw niet alleen psychische klachten heeft, maar ook een beperkte lichamelijke belastbaarheid. Dit is een belangrijke overweging geweest om partijen een urgentieverklaring te geven. Voldoende aangevoerd en onderbouwd is ook dat deze medische problemen aan de kant van de vrouw tot op heden nog steeds voortduren en wellicht ook in gewicht zijn toegenomen.
Aan de andere kant blijkt uit die brief dat de man eveneens psychische klachten heeft, en dat dit ook heeft meegewogen bij het verstrekken van de urgentieverklaring. Ook de man heeft voldoende aangevoerd en onderbouwd dat deze klachten nog steeds beperkingen opleveren. Daarnaast heeft de man aangevoerd en met de brief van de WSJJ bewezen dat hij op dit moment in een opbouwtraject zit ten aanzien van het contactherstel met zijn jongste zoon, waarbij er kennelijk vanuit wordt gegaan dat deze zoon bij de man in de echtelijke woning zal kunnen verblijven. Dit laatste is een gewichtig belang, voor zowel de man als zijn zoon, dat ook zeker meegewogen wordt.
Verder is over en weer betwist dat één van partijen elders kan verblijven.
Daar waar bij het uiteen gaan van echtgenoten de laatste tijd de strijd rondom de beslissing wie in de echtelijke woning mag blijven wonen vanwege de woningmarkt alleen nog maar groter is geworden, ziet de rechtbank hier een fors dilemma. Een dilemma, omdat beide partijen zelve eigenlijk op zich stevige argumenten hebben om het (uitsluitende) voortgezet gebruik van de woning toegewezen te krijgen, echter ondanks die stevige argumenten dient er wel een beslissing te worden genomen nu partijen hebben aangegeven niet door te kunnen leven in de woning terwijl zij daar beiden wonen.
Uiteindelijk is hier van doorslaggevend belang dat de vrouw gebonden is aan de echtelijke woning in die zin dat in de woning voorzieningen zijn aangebracht voor de vrouw om zich (fysiek) te kunnen redden. Weliswaar heeft de man psychische klachten waarmee ook rekening is gehouden bij de toewijzing van de woning en zou de man gemakkelijker aan contactopbouw kunnen doen met zijn zoon, maar, zoals nu duidelijk is, zou contact opbouw tussen man en zoon ook op een andere plaats dan de voormalige echtelijke woning kunnen plaatsvinden en zouden de man’s psychische klachten ook op een andere plek ondervangen kunnen worden.
Gelet op het voorgaande zal het uitsluitend gebruik van de woning worden toegekend aan de vrouw, en zal het verzoek van de man worden afgewezen.
Hoewel de man ter zitting heeft aangegeven niet langer met de vrouw in de woning te kunnen verblijven, zal de rechtbank toch, alle omstandigheden overziende, ambtshalve bepalen dat de man uiterlijk 15 februari 2024 dient te hebben verlaten. Het is dan aan de man zelve om te bepalen of hij eerder wenst te vertrekken, of niet. Mocht de man toch in de woning wensen te verblijven, dan gaat de rechtbank er vanuit dat de vrouw de man in voldoende mate in de gelegenheid zal stellen om diens contactmomenten met zijn zoon te hebben (als deze in de echtelijke woning dienen plaats te vinden).

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de Theodoor van Hoytemastraat 123H te (1062 DR) Amsterdam, met bevel dat de man die woning
uiterlijk 15 februari 2024dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
4.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.P.E. Has, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S.M. Geerding, griffier, op 19 december 2023.
De griffier is buiten staat om te tekenen.