Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:8730

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 januari 2023
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
C/13/728692 / HA RK 23-17
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens eerdere betrokkenheid

De wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot verschoning van een strafrechter die eerder betrokken was bij dezelfde strafzaken. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de rechter op 1 september 2020 al een beschikking had gegeven in een gerelateerde zaak, wat de schijn van partijdigheid kan wekken.

De rechtbank overwoog dat verschoning dient ter waarborging van het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid en dat een behandeling van een verschoningsverzoek niet per se mondeling hoeft plaats te vinden. Gelet op de eerdere betrokkenheid van de rechter bij de zaak, oordeelde de rechtbank dat een geobjectiveerde vrees voor partijdigheid bestaat.

Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en werd bepaald dat de behandeling van de strafzaken met de betreffende parketnummers zal worden voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/ 728692 / HA RK 23/17 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. W.M.C. van den Berg, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht van de rechtbank te Amsterdam zijn onder parketnummers 13.650157.15 en 13.728018.15 strafzaken aanhangig die ter behandeling zijn toegewezen aan de rechter.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter eerder bemoeienis heeft gehad met de zaak of partijen.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat de rechter op 1 september 2020 in deze zaak ook een beschikking heeft gegeven over een bedreigde getuige (13/728018-18 RK: 20/2130). Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaken met parketnummers 13.650157.15 en 13.728018.15 wordt voortgezet voor een andere rechter;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadslieden van verdachte;
de rechter,
de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 26 januari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.