In de nacht van 2 september 2022 vond een brand plaats in eetcafé De Nijl in Amsterdam, waarbij een steen en een molotovcocktail werden gebruikt. Verdachte werd verdacht van brandstichting en drugsbezit. Uit het forensisch onderzoek bleek dat op de steen een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen zat, waarvan verdachte mogelijk een donor was. Daarnaast werden bij zijn aanhouding gripzakjes met wit poeder gevonden die indicatief als drugs werden getest.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-spoor op de steen onvoldoende bewijs was om verdachte te verbinden aan de brandstichting, omdat niet vastgesteld kon worden wanneer en hoe het DNA op de steen terechtkwam en omdat het DNA van minstens één andere onbekende persoon aanwezig was. Ook de indicatieve drugstest volstond niet om het bezit van cocaïne en MDMA te bewijzen, omdat een definitief laboratoriumrapport ontbrak.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De inbeslaggenomen telefoon werd aan verdachte teruggegeven en de kosten werden ieder voor eigen rekening genomen.