Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
Inleiding
1.079,00
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de schorsing van het stemrecht van onafhankelijke bestuurders van een stichting, teneinde te voorkomen dat zij besluiten over zijn schorsing als bestuurder nemen. De stichting is opgericht als prioriteitsaandeelhouder van een familievennootschap en de verhoudingen binnen het bestuur zijn verstoord geraakt.
De onafhankelijke bestuurders hebben een bestuursvergadering gepland waarin zij de schorsing van eiser als bestuurder willen agenderen. Eiser stelt dat een dergelijk besluit onredelijk is en vordert daarom de schorsing van hun stemrecht totdat een bodemprocedure over ontbinding van de stichting is afgerond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestuur bevoegd is tot schorsing en dat het ontzeggen van deze bevoegdheid aan de onafhankelijke bestuurders niet gerechtvaardigd is op grond van redelijkheid en billijkheid. Hoewel de verhoudingen gespannen zijn, is onvoldoende gebleken dat het stemrecht onaanvaardbaar is. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van het stemrecht van onafhankelijke bestuurders wordt afgewezen.