Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:8796

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
C/13/741648 / HA RK 23-344
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende onpartijdigheid

Op 7 november 2023 behandelde de wrakingskamer van de Rechtbank Amsterdam een wrakingsverzoek van vier verzoekers tegen mr. J.H.J. Evers, kantonrechter. Het verzoek volgde op een woordenwisseling tijdens een zitting waarbij de gemachtigde van verzoekers meende dat eerdere zaken onterecht waren behandeld zonder hun aanwezigheid.

De wrakingskamer onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel konden trekken, zoals vereist op grond van artikel 8:15 en Pro 8:16 van de Algemene Wet Bestuursrecht. De verzoekers hadden echter niet alle relevante feiten tijdig en volledig ter zitting voorgedragen.

De kamer oordeelde dat de rechter krachtens zijn aanstelling onpartijdig wordt vermoed, tenzij het tegendeel is bewezen. Het verzoek was niet gemotiveerd met concrete feiten die de onpartijdigheid aantasten en werd daarom als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek was niet nodig.

De wrakingskamer wees het verzoek formeel af en stelde dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gemotiveerde feiten en niet tijdige indiening.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 2 november 2023 ter zitting gedane en onder rekestnummer C/13/741648 / HA RK 23/344 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker 1],
wonende te [woonplaats 1] ,
[verzoeker 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
[verzoeker 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
[verzoeker 4],
wonende te [woonplaats 2] ,
verzoekers,
gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, hierna te noemen: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
- het proces-verbaal van de openbare zitting van 2 november 2023 inzake de beroepen ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) met daarin opgenomen het wrakingsverzoek.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Blijkens het proces-verbaal is de rechter om 10.05 begonnen met de behandeling van de zaken die gepland stonden vanaf 10.00 uur en waarbij mr. Voorbach de gemachtigde was. Om 10.13 uur is de gemachtigde verschenen. Hierna is een woordenwisseling ontstaan tussen de gemachtigde en de rechter omdat de rechter wilde beginnen met de zaak van betrokkene [verzoeker 1] , nadat in de eerdere zaken reeds een beslissing was genomen, terwijl de gemachtigde wenste dat de eerdere zaken alsnog behandeld zouden worden omdat hij om 10.15 uur was opgeroepen.
2.2.
De gemachtigde heeft verklaard dat hij de rechter wraakt en dat hij de wrakingsgronden per e-mail zal toesturen.

3.De beoordeling van het verzoek

3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 8:16 Abw Pro dient een wrakingsverzoek te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden en moeten alle feiten of omstandigheden tegelijk worden voorgedragen.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
3.3.
De Wrakingskamer begrijpt dat verzoeker ontevreden is over de wijze van behandeling door de rechter, aangezien de rechter een aantal (andere) zaken van verzoeker, buiten zijn aanwezigheid, heeft behandeld vanaf 10:05 uur, terwijl verzoeker in de veronderstelling verkeerde dat de zitting pas om 10:15 uur zou aanvangen. Toen de rechter niet bereid was deze zaken opnieuw te behandelen, heeft verzoeker blijkens het proces-verbaal verklaard:
“Dan wraak ik u. Ik had een oproep gekregen voor 10.15 uur. U heeft er gewoon lak aan.
U luistert niet. Ik ga weg. U krijgt de wrakingsgronden per e-mail”.Het wrakingsverzoek heeft betrekking op de vier hierboven genoemde zaken, waarin nog geen uitspraak is gedaan.
3.4
Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Die feiten en omstandigheden hadden alle tegelijk moeten worden voorgedragen ter zitting en wel zodra deze aan verzoeker bekend zijn geworden. Nu dat niet is gebeurd is het verzoek niet gemotiveerd en daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.