ECLI:NL:RBAMS:2023:942

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
23 februari 2023
Zaaknummer
C/13/723831 / HA ZA 22-809
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:248 lid 2 BWArt. 2 Algemene BankvoorwaardenArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens opzegging bankrelatie niet onaanvaardbaar volgens redelijkheid en billijkheid

Polygon Nederland B.V., een bedrijf gespecialiseerd in herstel van water- en brandschade, voerde een bankrelatie met ING sinds 2012. ING zegde deze relatie op per 1 november 2021, een datum die later werd uitgesteld vanwege deze procedure.

De kern van het geschil was of de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Polygon stelde dat zij de bankrelatie nodig had voor haar bedrijfsvoering en dat de kosten en moeite van het zoeken naar een nieuwe bank aanzienlijk waren. ING voerde aan dat zij haar strategie had gewijzigd vanwege stijgende kosten en regelgeving, en zich daarom richt op een kleinere groep grote klanten.

De rechtbank voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van ING bij beëindiging werd afgewogen tegen het belang van Polygon bij voortzetting. De rechtbank oordeelde dat ING haar beleid voldoende had toegelicht en dat de opzegging niet onaanvaardbaar was. Ook werd meegewogen dat ING een ruime opzegtermijn had gehanteerd en deze had verlengd.

Polygon stelde ook dat de opzegging onrechtmatig was of neerkwam op wanprestatie, maar de rechtbank vond hiervoor geen grond. De vorderingen van Polygon werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Polygon af en oordeelt dat de opzegging van de bankrelatie door ING niet onaanvaardbaar is.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/723831 / HA ZA 22-809

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 22 februari 2023

in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
POLYGON NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
eiseres,
advocaat mr. R.M. Dessaur te Amsterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. D.G.J. Heems te Amsterdam.
Partijen worden hierna Polygon en ING genoemd.
Tegenwoordig zijn mr. M.R. Jöbsis, rechter, en mr. L. Schwalb, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
  • de heer [naam 1] , manager bedrijfsbureau bij Polygon,
  • mevrouw [naam 2] , directeur van Polygon,
  • de heer [naam 3] , toehoorder,
  • mr. Dessaur voornoemd,
  • de heer [naam 4] , jurist bij ING,
  • mevrouw [naam 5] , relatiemanager bij ING,
  • de heer [naam 6] , voormalig relatiemanager bij ING,
  • mr. Heems voornoemd,
  • mr. R. van Dijke, kantoorgenoot van mr. Heems.
In deze zaak heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan afzonderlijk een verkort proces-verbaal wordt opgemaakt en waarvan de zittingsaantekeningen zich in het dossier bevinden. De rechter heeft bepaald dat de uitspraak mondeling zal worden gedaan.
De rechter doet de volgende uitspraak.

1. De gronden van de beslissing

1.1.
Polygon is een Nederlandse vennootschap, gespecialiseerd in het herstellen van water- en brandschade, tijdelijke klimaatoplossingen en lekdetectie. Zij heeft op dit moment ongeveer 240 medewerkers en is onderdeel van de Polygon-groep. De moedermaatschappij is Zweeds. Polygon en ING hebben sinds 2012 een bankrelatie in de vorm van een zakelijke bankrekening, met een aantal betaalpassen en toegang tot internetbankieren. ING heeft de bankrelatie op 27 juli 2021 opgezegd per 1 november 2021. Deze datum is later opgeschoven en uiteindelijk uitgesteld totdat in deze zaak een beslissing is genomen.
1.2.
Deze zaak gaat over de vraag of de opzegging van de bankrelatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Tussen partijen is niet in geschil dat het uitgangspunt contractsvrijheid is, en dat ING dus in beginsel een contractuele opzeggingsbevoegdheid heeft en dat de manier van beëindiging in overeenstemming met de toepasselijke voorwaarden is gebeurd. De rechtsgeldigheid van een beëidiging van een overeenkomst inzake betaaldiensten door een bank wordt echter niet alleen bepaald door wat uitdrukkelijk is overeengekomen, maar ook door de maatstaf van artikel 6:248 lid 2 BW Pro. Dat laatste brengt mee dat de beëindiging niet rechtsgeldig is als gebruikmaking van de overeengekomen opzegbevoegdheid, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
1.3.
Om te bepalen of sprake is van een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare opzegging, dient de rechtbank een belangenafweging uit te voeren, waarbij de opzegging onder andere moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de zorgplicht uit artikel 2 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden. Het belang om deel te nemen aan het betalingsverkeer voor de rekeninghouders wordt meegewogen. De belangenafweging is concreet een afweging van het belang van de bank bij de opzegging tegen het belang van de cliënt bij voortzetting van de bankrelatie. Deze afweging vindt plaats aan de hand van alle ten tijde van de opzegging bekende feiten en omstandigheden. Het gaat erom of de bank, gelet op de haar toen bekende feiten en omstandigheden en met inachtneming van de belangen van de cliënt, de overeenkomst mocht opzeggen.
1.4.
Ter onderbouwing van haar standpunt dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, heeft Polygon de volgende concrete belangen aangevoerd:
  • Polygon heeft een bank nodig voor haar bancaire financiële verkeer ten behoeve van haar klanten, leveranciers en werknemers; want zonder bankrekening is het vrijwel onmogelijk om een bedrijf te exploiteren.
  • Het zoeken naar een nieuwe bank kost tijd en geld. Met name het omzetten van alle interne processen en het aanpassen van alle interne systemen is een grote kostenpost die Polygon heeft begroot op € 230.270,00. Dit wil Polygon zich besparen, omdat ING geen goede reden heeft om de samenwerking op te zeggen. Polygon heeft een Nederlands bestuur en aandeelhouder, zij opereert geheel zelfstandig in Nederland, dus zij past wel binnen het beleid van ING. Ook betwijfelt Polygon of ING in vergelijkbare gevallen hetzelfde handelt.
1.5.
ING legt uit dat zij de afgelopen jaren de kosten om te voldoen aan alle regelgeving exponentieel heeft zien stijgen, door de toegenomen inspanningen en verplichtingen om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen. Mede hierdoor heeft ING haar strategie gewijzigd en de keuze gemaakt het hoge en kostbare serviceniveau van de afdeling Wholesale Banking alleen nog aan te bieden aan een beperktere groep van grote klanten, waarvan ING (wereldwijd) de huisbankier is en die veel verschillende producten met een relatief groot volume afnemen. De beperkte standaard bankrelatie met Polygon past niet binnen het gewijzigde beleid. ING heeft gekeken of Polygon bij een andere afdeling kan worden ondergebracht, die meer standaardmatige producten aanbiedt, maar dat lukt niet omdat Polygon onderdeel is van een internationaal concern met een buitenlandse moedermaatschappij. Die andere afdeling kan de benodigde service (bijvoorbeeld ten aanzien van KYC-elementen bij internationale klanten) niet bieden, en zeker niet kostendekkend. Daarom heeft ING de bankrelatie beëindigd, waarbij ING zich flexibel heeft opgesteld ten aanzien van de termijn.
1.6.
De rechtbank overweegt als volgt. ING heeft vanuit commercieel en strategisch oogpunt besloten afscheid te nemen van klanten die ondergebracht waren bij de afdeling Wholesale Banking, maar die als concern een andere huisbankier hebben. Die strategische keuze van ING is in principe legitiem, maar moet worden afgewogen tegen de belangen van Polygon. De door Polygon aangevoerde belangen zien op beheersing van kosten en belemmeringen bij het verrichten van betalingen (waaronder salaris aan haar medewerkers). Dat zijn op zichzelf zwaarwegende bedrijfseconomische belangen. Polygon heeft echter niet gesteld, en dat is ook verder niet gebleken, dat zij niet bij een andere bank terecht kan voor het openen van een betaalrekening. Polygon vindt de door ING genoemde redenen niet goed of zwaarwegend genoeg, maar zij hoeft het niet eens te zijn met die keuzes, zolang ING haar beleid maar kan uitleggen bij de toepassing in dit individuele geval. Dat heeft ING voldoende gedaan. Feitelijk is Polygon onderdeel van een internationaal concern, met de daarbij komende verplichtingen voor ING om te voldoen aan regelgeving van toezichthouders. De opzegging is in overeenstemming met haar beleid.
De contractsvrijheid van ING behoort niet zo ver te worden ingeperkt dat zij kan worden verplicht haar dienstverlening aan Polygon voort te zetten om Polygon te behoeden voor hogere kosten en eventuele vertraging in het betalingsverkeer. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het belang van ING bij beëindiging van de relatie op zijn minst even zwaar weegt als het belang van Polygon bij voortzetting daarvan. De opzegging van de bankrelatie is dan ook niet onaanvaardbaar. Daarbij weegt ook mee dat ING een ruime opzegtermijn van drie maanden heeft gehanteerd, en die ook nog eens heeft verlengd, en zo oog heeft gehad voor de gevolgen van de opzegging voor Polygon en aan haar zorgplicht in het natraject heeft voldaan. Op zitting heeft ING toegezegd na een eventueel afwijzend vonnis nog een termijn van drie maanden in acht te zullen nemen.
1.7.
Polygon heeft nog aangevoerd dat de opzegging ook onrechtmatig is of dat er sprake is van wanprestatie. Maar de rechtbank ziet niet op welke manier ING tekort is geschoten of heeft gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.
1.8.
De conclusie is dan ook dat de vorderingen van Polygon worden afgewezen.
1.9.
Polygon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, plus de nakosten en de wettelijke rente. De kostenveroordelingen zullen uitvoerbaar bij voorraad zijn.
1.10.
De kosten aan de zijde van ING worden begroot op:
  • griffierecht € 2.837,00
  • salaris advocaat € 1.196,00 (twee punten x tarief II € 598,00)
Totaal € 4.033,00
2. De beslissing
De rechtbank
2.1.
wijst de vorderingen af,
2.2.
veroordeelt Polygon in de kosten van ING, begroot op € 4.033,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
2.3.
veroordeelt Polygon in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Polygon niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,
2.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.