ECLI:NL:RBAMS:2024:1065
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beklag tegen voortzetting conservatoir beslag wegens ontneming
Op 25 november 2019 is conservatoir beslag gelegd op de bankrekening van de klaagster ter zekerheidsstelling van een mogelijke ontnemingsmaatregel. Het saldo is sindsdien gedaald van ruim 12 miljoen euro naar bijna 8 miljoen euro. De klaagster diende meerdere beklagen in tot opheffing van het beslag, waarvan het meest recente op 8 december 2023. De rechtbank verklaarde een eerder beklag op 5 december 2023 ongegrond, maar de klaagster stelde ontvankelijkheid van het nieuwe beklag vanwege de recent verstrekte ontnemingsrapportage.
De ontnemingsrapportage, verstrekt op 1 februari 2024, onderbouwt het vermoeden dat de klaagster en een medeverdachte tussen 2010 en 2021 ruim 15,6 miljoen euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel hebben behaald. Het conservatoir beslag dekt een bedrag van circa 9 miljoen euro. De klaagster betoogde dat een deel van de berekening gebaseerd is op niet-onderzochte feiten en dat het beslag deels onterecht is, maar de rechtbank oordeelde dat het onderzoek nog loopt en dat het beslag proportioneel en subsidiair is.
De rechtbank benadrukte het summiere karakter van de beklagprocedure en dat een inhoudelijke beoordeling van de zaak in de hoofdzaak moet plaatsvinden. Gezien het dossier en de ontnemingsrapportage acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter een ontnemingsvordering zal opleggen. De inhoudelijke behandeling van de zaak wordt verwacht in februari 2025. Daarom is voortzetting van het beslag gerechtvaardigd en wordt het beklag ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen voortzetting van het conservatoir beslag wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.