Eiser maakte bezwaar tegen de omzettingsvergunning die het college aan de vergunninghouder had verleend voor het omzetten van een zelfstandige woning naar vijf onzelfstandige woonruimten. Eiser stelde dat de vergunning onterecht was verleend omdat niet werd voldaan aan de vereiste geluidsnormen, met name op de vierde verdieping (zolder), en dat dit leidde tot geluidsoverlast en negatieve effecten op de leefbaarheid.
De rechtbank stelde vast dat de vergunning onder voorwaarden was verleend, maar dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de geluidsisolatie op de vierde verdieping. Uit een later uitgevoerd geluidsonderzoek bleek dat de geluidsnormen niet werden gehaald en dat aanvullende isolatiemaatregelen noodzakelijk waren. Het college had bovendien nagelaten een aangekondigde inspectie uit te voeren.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning ten onrechte was verleend en vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit. Daarnaast werd het college veroordeeld tot betaling van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar en tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Staat werd eveneens veroordeeld tot een schadevergoeding aan eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig onderzoek bij vergunningverlening en het waarborgen van leefbaarheid en geluidsnormen bij omzetting van woonruimte.