Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
De overkapping aan de voorgevel lag op de stoep en brandde nog. De glazen ruiten van de toegangsdeuren waren kapot.
Het is ongeveer 30 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [verdachte] en twee willekeurige onbekende persoon, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het dossier dat verdachte één van deze donoren moet zijn geweest.
De achterste man (NN1) met een baard draagt een jurk/djellaba met een puntmuts en heeft teenslippers aan zijn blote voeten. Hij heeft een Albert Heijn tas aan de linkerkant van zijn stuur hangen.
Ook lijkt het aangetroffen DNA op de ritsrunner van de rugzak er uitdrukkelijk op te wijzen dat verdachte deze rugzak zelf in gebruik had. Het is voorts wel heel erg toevallig dat bij de explosie op 30 januari 2023 het DNA van verdachte niet op één maar op twee voorwerpen is aangetroffen. Verdachte is bovendien pas op de terechtzitting met deze verklaring gekomen en heeft zijn bewering verder niet onderbouwd of op andere wijze aannemelijk gemaakt.
1, 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
Aangeefster was op dat moment al op vakantie en haar man heeft zich later bij haar gevoegd. Op 5 juli 2023 werden aangeefster en haar man tijdens hun vakantie door een buurman gebeld die hen vertelde dat de voordeur van hun woning was beschadigd. Toen zij die dag rond 18:00 uur thuis kwamen zagen zij dat er was ingebroken. De voordeur was geforceerd en het huis was doorzocht en overhoop gehaald. Diverse goederen, waaronder sieraden, computerapparatuur, een cameralens en cash geld, waren weggenomen.
Uit DNA-onderzoek kwam een DNA-mengprofiel naar voren, afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. Op basis van het DNA-onderzoek stelt de rechtbank vast dat verdachte met grote zekerheid als één van de donoren van dit celmateriaal kan worden aangemerkt.
Wat verdachte beweert vindt geen steun in het dossier en is bovendien onlogisch. Verdachte stelt dat hij een slaapplek zocht maar heeft vervolgens wel de woning doorzocht, inclusief de badkamer in de kelder. Wanneer de verklaring van verdachte wordt gevolgd, heeft hij de woning doorzocht nadat hierin kort daarvoor was ingebroken door een ander of anderen en was doorzocht. Het was dan niet te verwachten dat hij nog veel van zijn gading zou vinden. Het komt de rechtbank ook onaannemelijk voor dat verdachte, zoals hij heeft verklaard, de gehele nacht in de woning zou hebben geslapen, terwijl kort daarvoor een inbraak in die woning had plaatsgevonden. Dat zou immers een groot risico op ontdekking met zich brengen. Opmerkelijk is ook dat verdachte zich in eerste instantie steeds op zijn zwijgrecht heeft beroepen, vervolgens bij de rechter-commissaris heeft ontkend iets met het feit te maken te hebben gehad en pas op de terechtzitting met een verklaring komt voor de aanwezigheid van zijn DNA op een voorwerp in de woning, die in hoge mate lijkt te zijn afgestemd op de bevindingen van het forensisch onderzoek. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat het verdachte is geweest die heeft ingebroken in de woning, de woning heeft doorzocht en de goederen vermeld in de aangifte heeft weggenomen.
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden.
onttrokken aan het verkeer: