ECLI:NL:RBAMS:2024:1239
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing kinderopvangtoeslag 2021-2022 wegens te late aanvraag
Eisers ontvingen sinds 2015 kinderopvangtoeslag, die per 4 september 2017 werd beëindigd omdat het kind naar de basisschool ging. Voor 2018-2020 werden voorschotbeschikkingen op nihil gesteld vanwege ontbrekende opvanggegevens. In 2020 werd de aanvraag kinderopvangtoeslag formeel beëindigd. In juli 2023 verzochten eisers om herziening voor 2019-2022. De Belastingdienst weigerde de aanvraag voor 2021 en 2022 als te laat.
De rechtbank oordeelt dat de formele stopzetting per 1 januari 2020 en het ontbreken van bezwaar onredelijk zijn, mede omdat eisers in de veronderstelling verkeerden dat zij geen recht hadden vanwege hun inkomen en eerdere nihilbeschikkingen. De rechtbank benadrukt het belang van burgervriendelijkheid en wijst op het ontbreken van fraude.
Omdat de toeslag voor 2019 en 2020 met terugwerkende kracht werd toegekend, concludeert de rechtbank dat er een doorlopende aanvraag bestaat en dat eisers ook voor 2021 en 2022 recht hebben op kinderopvangtoeslag. De rechtbank vernietigt het besluit op bezwaar en beveelt een nieuw besluit binnen zes weken, met vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit op bezwaar en beveelt een nieuwe beoordeling van de kinderopvangtoeslag voor 2021 en 2022 met terugwerkende kracht.