Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning voor het vellen van een berk nabij een locatie in Amsterdam waar vier ondergrondse afvalcontainers worden geplaatst. De boom is inmiddels op 11 juli 2023 gekapt, maar eisers behouden procesbelang omdat zij kunnen verzoeken tot herstel van de oorspronkelijke situatie indien de vergunning onrechtmatig blijkt.
De rechtbank beoordeelt of het college de kapvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen aan de hand van de Bomenverordening 2014 en de adviezen van deskundigen. Uit de rapporten blijkt dat de boom een matige kwaliteit heeft en niet te handhaven is op de locatie vanwege de geplande afvalcontainers. Het college heeft onderzocht of alternatieve locaties mogelijk zijn, maar geen passende alternatieven gevonden.
Eisers stellen dat de boom een bijzondere natuur-, cultuur- en milieuwaarde heeft en essentieel is voor het straatbeeld en de leefbaarheid. Ook betwisten zij de noodzaak van het kappen en de herplantplicht. De rechtbank volgt deze argumenten niet, omdat de deskundigenrapporten geen bijzondere waarde van de boom aantonen en het college voldoende belangen heeft afgewogen. De herplantplicht voldoet aan de verordening en de locatie van herplant is een kwestie van uitvoering en handhaving.
De rechtbank laat de beroepsgronden die zien op het onherroepelijke aanwijzingsbesluit voor de afvalcontainers buiten beschouwing. Gezien de belangenafweging concludeert de rechtbank dat het college de kapvergunning in redelijkheid heeft verleend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen kostenvergoeding.