Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding en tenlastelegging
bijlage Ivan dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen het volgende vast.
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partij
8.Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
zaak A onder feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4en in
zaak B onder feit 1 primair en 2niet bewezen en
spreektverdachte daarvan
vrij.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
42 (tweeënveertig) maanden.
in zaak Ade vordering van de
benadeelde partij [benadeelde partij]toe tot een bedrag van
€ 985,00 (negenhonderdvijfentachtig euro)aan vergoeding van materiële schade en
€ 2.500,00 (tweeduizendvijfhonderd euro)aan vergoeding van immateriële schade. De schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten vanaf 3 september 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening.
in zaak Bde vordering van de
benadeelde partij [benadeelde partij]toe tot een bedrag van
€ 300,00 (driehonderd euro)aan vergoeding van materiële schade
en € 1.000,00 (duizend euro)aan vergoeding van immateriële schade. De schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten vanaf 24 april 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening.
materiële schade afvoor een bedrag van
(in de zaken A en B) € 15.346,00 (vijftienduizenddriehonderdzesenveertig euro).
overige niet-ontvankelijkin zijn vordering tot vergoeding.
ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat (in de zaken A en B totaal) € 4.785,00 (vierduizendzevenhonderdvijfentachtig euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten voor een bedrag van € 3.485,00 vanaf 3 september 2022 en voor een bedrag van € 1.300,00 vanaf 24 april 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 57 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
herroepingvan de
voorwaardelijke invrijheidstelling(met vi-zaaknummer 99/000587-57).
117 dagen, alsnog wordt ondergaan.