ECLI:NL:RBAMS:2024:1343
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Stopzetting WW-uitkering onterecht wegens schending vertrouwensbeginsel
Eiser had een WW-uitkering die per 1 december 2022 werd stopgezet omdat hij verwijtbaar werkloos zou zijn geworden door zelf ontslag te nemen en niet aansluitend een nieuwe baan te aanvaarden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder twee toezeggingen heeft gedaan via een uitkeringsdeskundige, waar eiser op mocht vertrouwen. De eerste toezegging hield in dat ontslag geen gevolgen zou hebben als hij vóór 5 december 2022 nieuw werk had. De tweede toezegging stelde dat het wel of niet aannemen van nieuw werk geen invloed had op de WW-uitkering.
Eiser heeft op basis van deze toezeggingen gehandeld en daardoor nadeel geleden. De rechtbank concludeert dat verweerder het vertrouwensbeginsel heeft geschonden door de uitkering stop te zetten. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot stopzetting van de WW-uitkering wegens schending van het vertrouwensbeginsel en draagt UWV op een nieuw besluit te nemen.