ECLI:NL:RBAMS:2024:1757
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige hinder door plaatsen bijgebouw voor keukenraam buren
Partijen zijn buren waarbij de eisers een bijgebouw willen plaatsen in hun tuin, direct voor het keukenraam van de gedaagden. Dit raam is geplaatst na een eerdere verbouwing waarbij de gedaagden een dakkoepel verwijderden en een nieuw raam plaatsten. De eisers vorderen toestemming om het bijgebouw te mogen plaatsen, terwijl de gedaagden dit verbieden vanwege verminderde lichtinval en belemmering van onderhoud.
De rechtbank weegt het eigendomsrecht van de eisers om hun tuin te bebouwen af tegen het recht van de gedaagden om gevrijwaard te blijven van onrechtmatige hinder. Hoewel het bijgebouw de natuurlijke lichtinval via het keukenraam aanzienlijk vermindert, is de ernst van de hinder beperkt omdat het raam slechts een beperkte rol speelt in de totale lichtinval in de keuken. Bovendien is er geen reëel alternatief voor de locatie en hoogte van het bijgebouw.
De rechtbank benadrukt dat de gedaagden zelf de huidige situatie met beperkte lichtinval hebben gecreëerd door de dakkoepel te verwijderen en het nieuwe raam te plaatsen, terwijl zij op de hoogte waren van de plannen van de eisers. Daarom is er geen sprake van onrechtmatige hinder. De vordering van de eisers wordt toegewezen, de tegenvordering van de gedaagden afgewezen, en de gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eisers mogen een bijgebouw plaatsen voor het keukenraam van gedaagden; hinder is niet onrechtmatig.