ECLI:NL:RBAMS:2024:182
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Eiseres, een alleenstaande vrouw met drie kinderen, diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring voor woningtoewijzing nadat zij haar woning had moeten verlaten na het overlijden van haar partner. De gemeente Amsterdam wees de aanvraag af omdat eiseres niet dakloos was, aangezien zij met haar kinderen in een noodopvang verbleef, en het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden.
Eiseres stelde dat zij met haar kinderen dreigde dakloos te worden en dat de situatie schrijnend was, waardoor de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat verblijf in de noodopvang betekent dat eiseres niet dakloos is en dat er geen aanvullende sociale of medische urgentie was vastgesteld. De hardheidsclausule wordt slechts terughoudend toegepast bij zeer uitzonderlijke situaties, wat hier niet het geval was.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.H.W. Franssen op 17 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard omdat eiseres niet dakloos is en de hardheidsclausule niet van toepassing is.