ECLI:NL:RBAMS:2024:1883
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afschaffing vaste consumptiekraam op markt vanwege herinrichting
Eiser, sinds 1980 exploitant van een vaste consumptiekraam op de markt, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om de bestaande markt af te schaffen en een tijdelijke markt in te stellen, waardoor hij zijn niet-mobiele kraam moest verplaatsen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit niet in strijd is met het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Het college had het doel de herinrichting van de markt en verbetering van de veiligheid, waarvoor het verwijderen van vaste kramen noodzakelijk was. Eiser had altijd een gedoogsituatie en geen expliciete toestemming voor het laten staan van zijn kraam buiten markttijden.
Hoewel het besluit nadelig was voor eiser, was het niet onevenredig omdat alternatieven werden geboden en eiser voldoende tijd had om zich voor te bereiden. De rechtbank wijst het beroep af, maar kent een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van bezwaar en beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.