Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:1924

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
3 april 2024
Zaaknummer
13-140471-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 10 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Europees aanhoudingsbevel Polen ondanks niet-dubbele strafbaarheid ontsnappingsfeit

De rechtbank Amsterdam heeft op 19 maart 2024 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit. Het EAB betreft de aanhouding en overlevering van een Poolse verdachte voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 2 jaar en 6 maanden, waarvan nog 2 jaar en 14 dagen resteren.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de formele vereisten en dat de identiteit van de opgeëiste persoon juist is. Voor één van de feiten, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met het Opiumwetverbod, is dubbele strafbaarheid vereist en deze is aanwezig volgens Nederlands recht. Voor het tweede feit, het ontsnappen uit detentie, ontbreekt dubbele strafbaarheid omdat dit feit niet strafbaar is in Nederland.

Desondanks heeft de rechtbank afgezien van de weigering van overlevering voor het ontsnappingsfeit, omdat dit feit geen aanknopingspunt heeft met de Nederlandse rechtsorde en de overlevering voor het eerste feit wordt toegestaan. De rechtbank concludeert dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en staat de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het ontbreken van dubbele strafbaarheid voor één van de feiten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-140471-23
Datum uitspraak: 19 maart 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 11 januari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 april 2023 door
The District Court in Koszalin II Criminal Department,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres],
feitelijk verblijfadres:
[adres].
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 maart 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van 17 juli 2018 van
the Local Court in Kolobrzeg, met kenmerk: II K 952/16.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar en 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog
2 jaar en 14 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan ten aanzien van feit 1.
Dit feit levert naar Nederlands recht op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
Ten aanzien van feit 2 – kort gezegd het ontsnappen uit detentie – geldt dat niet voldaan is aan het vereiste van dubbele strafbaarheid.
De raadsvrouw heeft namens haar cliënt verzocht de overlevering voor dit feit te weigeren.
De rechtbank ziet af van de weigering voor dit feit omdat het feit geen aanknopingspunt heeft met de Nederlandse rechtsorde – het feit is immers begaan in Polen door een Poolse dader – en gelet op het feit dat de overlevering voor feit 1 wordt toegestaan. Het verweer wordt verworpen.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Koszalin II Criminal Department,Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. Ch.A. van Dijk, voorzitter,
mrs. A.S. Dogan en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 maart 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.