Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 april 2024.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres verzocht om compensatie voor de kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 tot en met 2011. Voor 2009 en 2010 werd compensatie toegekend wegens institutionele vooringenomenheid, maar voor 2011 werd dit afgewezen omdat geen sprake was van institutionele vooringenomenheid of hardheid van het stelsel. De rechtbank bevestigt deze afwijzing.
Eiseres betwist dat zij de toeslag voor haar zoon in 2011 zelf heeft stopgezet, maar de rechtbank acht het op basis van een xml-bestand en jaaropgave van de kinderopvang aannemelijk dat zij dit wel heeft gedaan. Verder is vastgesteld dat geen sprake is van opzet of grove schuld van eiseres.
Eiseres voerde aan dat haar persoonlijke betalingsregeling voor 2011 is geweigerd en beroept zich op de hardheidsclausule en artikel 2.6 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen oneigenlijke invorderingsmaatregelen zijn getroffen en dat eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van artikel 2.6 Wht.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een situatie die compensatie rechtvaardigt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie kinderopvangtoeslag 2011 wordt ongegrond verklaard.