ECLI:NL:RBAMS:2024:1990
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap van goederen en vergoedingsrecht bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd sinds 2015 en hebben verzocht tot echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe en behandelt de verdeling van de gemeenschap van goederen, waarbij wordt aangenomen dat sprake is van een algehele gemeenschap van goederen.
De verkoopopbrengst van de recreatiewoning wordt verdeeld waarbij de man eerst een bedrag van €175.069,65 ontvangt vanwege zijn recht van reprise op erfenisgelden die tijdens het huwelijk op de gezamenlijke rekening zijn gestort. De vrouw betwist vermindering van dit recht met een bedrag van €40.500,--, stellende dat er een stilzwijgende afspraak was dat de man zijn erfenis zou gebruiken voor gemeenschappelijke lasten. De rechtbank oordeelt dat de vrouw onvoldoende bewijs levert voor deze afspraak en dat het vergoedingsrecht niet wordt aangetast.
De camper wordt getaxeerd en aan de man toegedeeld, die de helft van de waarde aan de vrouw moet voldoen. Een gebruiksvergoeding wordt afgewezen vanwege de door de man gedragen lasten. De activa en passiva van de eenmanszaak van de man worden toegedeeld aan de man, waarbij hij een bedrag aan de vrouw moet voldoen. Overige zaken zoals bankrekeningen, creditcard en fiscale teruggave worden eveneens verdeeld volgens overeenstemming tussen partijen.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken en gemeenschap van goederen verdeeld met toekenning van het volledige vergoedingsrecht aan de man en verdeling van camper en onderneming.