Uitspraak
- de dagvaarding van 21 juli 2023, met producties,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 20 oktober 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van zestien facturen ter waarde van €17.250,46, vermeerderd met incassokosten, rente en proceskosten. Eiser stelt dat tussen partijen een overeenkomst tot verkoop en levering van vlees bestond en dat de facturen onbetaald zijn gebleven. Gedaagde betwist het bestaan van openstaande facturen en stelt dat alle leveringen zijn betaald.
De rechtbank oordeelt dat het aan eiser is om het bestaan van de overeenkomst voldoende te motiveren en concreet te onderbouwen, zeker nu gedaagde dit betwist. Eiser heeft zich beperkt tot het overleggen van facturen, die op zichzelf geen betalingsverplichting scheppen. Verdere onderbouwing, zoals navraag bij chauffeurs of GPS-gegevens, kwam te laat en was onvoldoende concreet.
Daarmee faalt de bewijslevering van eiser en wordt de vordering afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, vastgesteld op €1.190,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot betaling van facturen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de overeenkomst.