Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:2084

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 april 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
1325507723
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 23 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over aanvullende informatie bij Europees aanhoudingsbevel Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 maart 2024 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten voor de overlevering van een persoon die een resterende gevangenisstraf van 364 dagen moet uitzitten.

De raadsman van de opgeëiste persoon stelde dat de overlevering geweigerd moet worden op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW), omdat hij niet gemachtigd was voor de strafzaak. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat de opgeëiste persoon een adresinstructie had ontvangen en dat het niet kunnen uitoefenen van verdedigingsrechten voor zijn rekening komt.

De rechtbank constateerde dat het vonnis in Polen is gewezen zonder dat de verdachte in persoon is verschenen, zonder dat een van de weigeringsgronden van artikel 12 OLW Pro van toepassing is en zonder dat een garantie is verstrekt. De rechtbank kon echter niet vaststellen of de adresinstructie ook betrekking had op de procedure in hoger beroep, waarvoor aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten nodig was.

Daarom werd het onderzoek heropend en de behandeling geschorst, met een nieuwe zittingsdatum uiterlijk 2 mei 2024, waarbij de opgeëiste persoon, zijn raadsman en een Poolse tolk opnieuw worden opgeroepen.

Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en schorst de behandeling van het EAB tot uiterlijk 2 mei 2024 voor aanvullende informatie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-255077-23
Datum uitspraak: 11 april 2024
TUSSEN
UITSPRAAK
op de vordering van 12 februari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 september 2023 door de
Sąd Okręgowy (Circuit Court) Warszawa-Praga in Warsaw,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 maart 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.A. Groenhuis, advocaat in Breda en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
enforceable judgment of Sąd Rejonowy (District Court) in Legionowo of 11 October 2021, met referentie II K 779/20.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 364 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro moet worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon wel op zitting is vertegenwoordigd door een raadsman, maar deze door de opgeëiste persoon niet voor deze strafzaak was gemachtigd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet ter discussie staat of de raadsman was gemachtigd, dat een situatie zoals bedoeld in artikel 12, a t/m d, OLW niet van toepassing is, en de overlevering in beginsel zou kunnen worden geweigerd. De officier van justitie heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat van deze weigeringsgrond moet worden afgezien, nu de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft ontvangen, en het voor rekening van de opgeëiste persoon komt dat hij zijn verdedigingsrechten niet heeft kunnen uitoefenen.
Het oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4]
In de aanvullende informatie van 19 maart 2024 van de Poolse autoriteiten is opgenomen dat de beslissing van 22 september 2022 van de
Circuit Court Warszawa Praga in Warsaw, VI Criminal Appellate Division, met kenmerk VI Ka 1305/21 de beslissing in eerste aanleg heeft bevestigd zodat de rechtbank de beslissing in hoger beroep aan artikel 12 OLW Pro zal toetsen.
De rechtbank stelt met de officier van justitie vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
In de aanvullende informatie van 19 maart 2024 van de justitiële autoriteit is vermeld dat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft gehad en dat deze instructie van toepassing is op alle
‘criminal proceedings’inclusief de procedure in hoger beroep. De rechtbank kan echter niet vaststellen of dit ook voor de opgeëiste persoon kenbaar moet zijn geweest.
De rechtbank heeft daarom behoefte aan aanvullende informatie van de justitiële autoriteit. Om die reden zal zij het onderzoek ter zitting heropenen, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de Poolse autoriteiten de aanvullende vraag te stellen of het de opgeëiste persoon is medegedeeld dat de adresinstructie zich ook uitstrekte over de procedure in hoger beroep.

4.Beslissing

De rechtbank
HEROPENThet onderzoek ter zitting onder gelijktijdige schorsing van de behandeling ter zitting tot een nader te bepalen dag en tijd;
BEPAALTdat de zaak uiterlijk 2 mei 2024 weer op zitting moet worden gepland;
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman tegen voornoemd tijdstip;
BEVEELTde oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen voornoemd tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 april 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (