Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoekster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Verloop van de procedure
- het wrakingsverzoek met bijlage ingekomen op 11 maart 2024,
- de rechters hebben schriftelijke te kennen gegeven niet in de wraking berusten.
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster, een B.V., diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige handelskamer die haar zaak behandelen. Dit verzoek werd ingediend op persoonlijke titel en niet door een advocaat, terwijl in deze zaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De advocaat van verzoekster had zich kort daarvoor onttrokken.
De rechtbank onderzocht de ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek en oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet door een advocaat is ingediend, zoals vereist op grond van artikel 79 Rv Pro en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank zag geen aanleiding om verzoekster alsnog de gelegenheid te geven het verzoek via een advocaat in te dienen.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor rechterlijke vooringenomenheid en dat de vrees van verzoekster niet objectief gerechtvaardigd is. De wraking werd daarom afgewezen en een mondelinge behandeling achterwege gelaten. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat het niet door een advocaat is ingediend terwijl verplichte procesvertegenwoordiging geldt.