ECLI:NL:RBAMS:2024:2169
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woonkosten wegens voorliggende voorziening huurtoeslag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor woonkosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen omdat zij huurtoeslag ontvangt, die als een toereikende voorliggende voorziening wordt beschouwd.
Eiseres betoogt dat zij geen huurverlaging heeft ontvangen zoals huurders bij woningcorporaties en daardoor een inkomen onder het sociale minimum overhoudt, wat volgens haar via bijzondere bijstand zou moeten worden gecompenseerd. De rechtbank volgt dit betoog niet, omdat huurtoeslag volgens vaste rechtspraak en beleidsregels als passende voorliggende voorziening geldt.
De rechtbank overweegt dat afstemming op grond van artikel 18 van Pro de Participatiewet slechts in zeer bijzondere gevallen plaatsvindt en dat de situatie van eiseres niet daartoe behoort. Tevens is het een bewuste keuze van de wetgever om particuliere huurders uit te sluiten van de huurverlaging.
Eiseres heeft zich beroepen op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, maar deze is niet vergelijkbaar omdat het daar ging om algemene bijstand en een andere situatie. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het terugvorderen van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag bijzondere bijstand voor woonkosten wordt ongegrond verklaard.