ECLI:NL:RBAMS:2024:2238
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechters in lopende bestuurszaken
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter en leden van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, die bestuurszaken behandelen. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege de beslissing om het onderzoek te sluiten, terwijl verzoeker meende dat nieuwe feiten onvoldoende in behandeling werden genomen.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter krachtens zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij het tegendeel is bewezen. Ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid kan grond zijn voor wraking, maar rechterlijke beslissingen zelf kunnen niet als grond dienen voor wraking volgens de Hoge Raad.
De wrakingskamer concludeerde dat de motivering van de beslissing tot sluiting van het onderzoek niet anders kan worden opgevat dan als objectief onpartijdig. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechters wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.