ECLI:NL:RBAMS:2024:2259
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- E.A. Messer
- M.A.H. Verburgh
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming inschrijving middelbare school Utrecht en hoofdverblijf minderjarige
De ouders zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, dat sinds 2017 bij de vader in Utrecht woont en daar naar de basisschool gaat. De vader verzoekt vervangende toestemming om het kind in te schrijven op het Leidsche Rijn College in Utrecht, omdat de moeder haar toestemming weigert. De moeder vordert in reconventie wijziging van het hoofdverblijf naar haar in Amsterdam en vervangende toestemming voor inschrijving op een Amsterdamse school.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het in het belang van het kind is om ingeschreven te worden op het Leidsche Rijn College in Utrecht, waar het kind zijn sociale leven heeft en een plaatsingsgarantie heeft. De vermeende wens van het kind om in Amsterdam naar school te gaan wordt niet doorslaggevend geacht, mede omdat het kind nog te jong is om de gevolgen van deze keuze te overzien.
De moeder heeft niet concreet een Amsterdamse school genoemd en erkent dat zij nog niet actief naar een school heeft gezocht. De rechter wijst daarom haar vorderingen af en verleent de vader vervangende toestemming. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Vader krijgt vervangende toestemming voor inschrijving kind op middelbare school in Utrecht; vorderingen moeder worden afgewezen.