Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , te Wschowa (Polen), eiseres
Inleiding
De procedure tot nu toe
20 mei 2021 en de rapportage van de arbeidsdeskundige van 20 mei 2021 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts heeft de beperkingen van eiseres neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 mei 2021.
30 maart 2023 op het medisch spreekuur van de verzekeringsarts bezwaar en beroep geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 4 april 2023 een rapport uitgebracht en daarin beschreven aanleiding te zien de belastbaarheid van eiseres aan te passen. Eiseres is meer beperkt geacht, conform een gewijzigde FML van 4 april 2023. Op 18 april 2023 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een nader rapport uitgebracht en daarin geconcludeerd dat de gewijzigde FML geen knelpunten geeft en dat alle functies geschikt zijn. Verweerder heeft onder verwijzing naar deze rapporten geen aanleiding gezien haar eerder ingenomen standpunt te wijzigen.
2 juni 2023 en 13 juni 2023 en het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 17 juli 2023.
Het oordeel van de rechtbank
in de zomer van 2021, maar dat eiseres niet precies de maand kan noemen. Onder ‘beschouwing’ schrijft de verzekeringsarts bezwaar- en beroep dat geen sprake is van een beperking in hand- en vingergebruik op datum in geding. Daarnaast is er per heden wel een andere diagnose die de klachten kan verklaren (carpaal tunnel syndroom), echter kan niet bevestigd worden dat deze klachten ook actueel waren ten tijde van de datum in geding, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank kan dit niet volgen. De datum in geding van 28 juni 2021 valt namelijk in de zomer, dat is de periode die eiseres noemt dat zij klachten ervaarde. Bovendien wijst eiseres er terecht op dat de neuroloog op 14 juli 2021 heeft opgetekend dat eiseres heeft aangegeven sinds vele maanden constant gevoelloosheid van de vingers IV en V te ervaren en gevoelloosheid van de hele hand na de nacht. Eiseres heeft deze klachten dus rond de datum in geding gemeld. De conclusie van de verzekeringsarts in bezwaar en beroep vindt de rechtbank daarom niet logisch voortvloeien uit de andere gegevens die ten grondslag liggen aan de rapportage. Voor zover ten tijde van het fysieke spreekuur in 2023 niet meer vastgesteld kon worden dat eiseres al op de datum in geding beperkt was door deze klachten (als gevolg van carpaal tunnel syndroom), dient dat voor risico van verweerder te komen, omdat het spreekuur al eerder had moeten plaatsvinden. Op dit punt wordt het bestreden besluit onvoldoende gedragen door de bevindingen van de verzekeringsarts in bezwaar en beroep. Ook hierom is het beroep van eiseres gegrond.
Conclusie en gevolgen
24 november 2022. De rechtbank stelt de reis- en verblijfkosten daarom schattenderwijs vast op dezelfde hoogde als de reis- en verblijfskosten ten behoeve van het medische onderzoek: € 257,37. De rechtbank acht deze kosten redelijk en zij komen dus voor vergoeding in aanmerking.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiseres in verband het beroep heeft gemaakt tot een bedrag van € 3.229,04.