Eiseres, een 60-jarige vrouw met langdurige gezondheidsklachten, heeft sinds 1998 verschillende uitkeringen ontvangen, waaronder WAO en Ziektewet. In 2020 vroeg zij een WIA-uitkering aan, die door verweerder werd afgewezen vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en een eerdere niet-ontvankelijkverklaring, vernietigde de Centrale Raad van Beroep deze en werd een nieuwe beslissing genomen, waarin eiseres alsnog geen recht op WIA kreeg.
Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat haar medische beperkingen waren onderschat. De rechtbank gaf haar de mogelijkheid om haar beroepsgronden aan te vullen, maar zij reageerde niet. Tijdens de zitting was zij niet aanwezig en ook schriftelijk gaf zij geen verdere onderbouwing. De rechtbank concludeerde daarom dat er geen concrete reden was om aan de rechtmatigheid van het besluit te twijfelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. Tijselink op 25 april 2024.