Eiser, een 52-jarige man met psychische klachten, betwistte de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 70,15% per 8 mei 2023, waarop zijn loongerelateerde WGA-uitkering is gebaseerd.
De rechtbank beoordeelde of verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid niet te laag had vastgesteld. Medisch gezien erkende de rechtbank dat eiser serieuze gezondheidsproblemen heeft, maar oordeelde dat de verzekeringsarts terecht gebruik heeft gemaakt van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en dat de beperkingen passend zijn vastgesteld. De rechtbank verwierp het argument dat eiser ook beperkt moest worden geacht in het dagelijks functioneren.
Arbeidskundig concludeerde de rechtbank dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor eiser en dat eiser onvoldoende inhoudelijk heeft onderbouwd waarom deze functies niet uitvoerbaar zouden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de mate van arbeidsongeschiktheid op 70,15% en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.