De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 april 2024 de zaken tegen verdachte, die werd beschuldigd van afpersing in vereniging met gebruik van een vuurwapen (zaak A) en oplichting met een neppe iPhone (zaak B).
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte op 4 juni 2022 samen met anderen een slachtoffer heeft gedwongen tot afgifte van een horloge door middel van bedreiging met een vuurwapen. Verdachte bekende dit feit. Voor de oplichting op 7 december 2021, waarbij verdachte zou hebben geprobeerd een slachtoffer € 900 afhandig te maken met een neppe iPhone, was onvoldoende bewijs om verdachte te verbinden aan de dader. Verdachte ontkende betrokkenheid en de rechtbank sprak hem vrij.
De strafoplegging vond plaats onder toepassing van het adolescentenstrafrecht, gezien de leeftijd en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij kreeg 77 dagen jeugddetentie waarvan 60 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar, plus een werkstraf van 120 uur. De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op zoals reclasseringstoezicht, ambulante behandeling en elektronische monitoring. De voorlopige hechtenis werd opgeheven omdat verdachte dit deel al had uitgezeten.