ECLI:NL:RBAMS:2024:236
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging remigratie-uitkering vanwege AOW-pensioen partner gegrond verklaard
Eiser, woonachtig in Turkije, kreeg in 2012 een remigratie-uitkering toegekend. In 2022 werd aan zijn partner een AOW-pensioen toegekend, waarna verweerder besloot de remigratie-uitkering vanaf augustus 2022 te beëindigen omdat het AOW-pensioen hoger is dan het recht op remigratie-uitkering.
Eiser stelde dat hem bij de toekenning was toegezegd dat de uitkering nooit zou veranderen, ook niet bij bijverdiensten van hemzelf of zijn partner, en vorderde een terugwerkende uitkering. De rechtbank gaf eiser extra tijd om bewijs te leveren, maar dit bleek niet mogelijk.
Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat het niet in mindering brengen van het AOW-pensioen in strijd zou zijn met het Remigratiebesluit. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt wegens gebrek aan bewijs en bevestigde dat de beëindiging van de uitkering rechtmatig is.
De financiële keuzes van eiser in Turkije kunnen niet ten laste van verweerder komen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van de remigratie-uitkering is ongegrond verklaard.