ECLI:NL:RBAMS:2024:2484
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. D. Arnold
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen tijdelijke weekmarkt Bos en Lommer wegens onvoldoende ernstige inbreuk persoonlijke levenssfeer
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot instelling van een tijdelijke weekmarkt in Bos en Lommer. Daarnaast verzocht hij om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vanwege vermeende immateriële schade door overlast.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser tijdens de marktdagen aanzienlijke stress en overlast ervoer, met name door geluidsoverlast, afval en verkeersveiligheid rondom zijn appartement. Desondanks oordeelt de rechtbank dat deze overlast niet leidt tot een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, maar slechts tot min of meer sterk psychisch onbehagen.
Omdat voor vergoeding van immateriële schade een hoge toets geldt en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een ernstige inbreuk, wordt het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank ziet daarom af van een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het instellingsbesluit. Klachten over verkeersveiligheid en omgevingsvergunningen kunnen niet worden meegewogen omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt.
Het gevolg is dat eiser geen recht heeft op schadevergoeding en ook zijn griffierecht niet wordt teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter S. D. Arnold op 18 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot instelling van de weekmarkt wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.