Eiseres, een gedupeerde ouder in de kinderopvangtoeslagaffaire, diende een bezwaarschrift in tegen het besluit van de minister van Financiën om slechts een deel van haar private schulden over te nemen. Het bezwaar tegen het primaire besluit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
Eiseres voerde aan dat zij door medische klachten en zwangerschap niet tijdig bezwaar kon maken en stelde dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat ouders zonder betalingsachterstanden werden benadeeld. Tijdens de zitting trok zij het beroep tegen het tweede bestreden besluit in, zodat de rechtbank zich beperkte tot de beoordeling van de niet-ontvankelijkheid van het eerste bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing had geleverd waaruit blijkt dat zij gedurende de hele termijn niet in staat was om tijdig bezwaar te maken of een derde in te schakelen. De strikte toepassing van de wettelijke termijnen leidde tot de conclusie dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.