Eiser parkeerde op 5 juni 2023 zijn voertuig in een parkeervak nabij een parkeerautomaat in Weesp zonder parkeerbelasting te betalen. De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde daarop een naheffingsaanslag op, die na bezwaar gehandhaafd bleef. Eiser stelde dat de naheffingsaanslag onterecht was en dat de motivering onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar had voldaan aan het kenbaarheidsvereiste door de aanwezigheid van een parkeerautomaat op circa 40 meter afstand, waardoor duidelijk was dat parkeergeld verschuldigd was. Daarnaast rustte op eiser een onderzoeksplicht om zich te informeren over de parkeerregels op de locatie.
De rechtbank verwierp het motiveringsgebrek omdat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar en het verweerschrift voldoende uitleg had gegeven. Eiser was in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Omdat eiser niet aan zijn onderzoeksplicht had voldaan en de motivering toereikend was, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.