Eiseres, Wescon Group B.V., ontving een voorschot van €4.224,- op grond van de NOW-3 regeling. Verweerder stelde de definitieve subsidie vast op nihil omdat eiseres niet tijdig een definitieve berekening had aangevraagd. Eiseres maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 15 april 2024.
Eiseres had de herinneringsbrieven niet ontvangen vanwege een verhuizing, maar de rechtbank oordeelde dat dit haar niet kon worden verweten. De verplichting tot aanvraag gold ook zonder herinneringsbrieven, mede omdat de voorschotbeschikking en landelijke communicatie hierover duidelijk waren. Het digitale loket was na 19 april 2023 gesloten, en eiseres had geen bewijs van latere aanvraag overlegd.
Verweerder gebruikte terecht zijn bevoegdheid om de subsidie ambtshalve op nihil vast te stellen en het voorschot terug te vorderen. Hoewel het bestreden besluit summier was gemotiveerd, werd dit gebrek in het verweerschrift hersteld en de rechtbank passeerde het motiveringsgebrek. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.