ECLI:NL:RBAMS:2024:2596
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ongedocumenteerde vreemdeling moet opvanglocatie verlaten na beëindiging LVV-traject
De gemeente Amsterdam vordert dat een ongedocumenteerde vreemdeling, afkomstig uit Libië en sinds november 2020 in een opvanglocatie verblijvend, deze locatie ontruimt. Het LVV-traject, gericht op een bestendige oplossing zoals terugkeer naar het land van herkomst, is beëindigd omdat de betrokkene niet meewerkte en de maximale duur van 1,5 jaar ruimschoots is overschreden.
De betrokkene betwist de bevoegdheid van de civiele rechter en voert onder meer aan dat het bestuursrechtelijk besluit onvoldoende gemotiveerd is en dat medische problemen een ontruiming in de weg staan. De rechtbank oordeelt echter dat de civiele rechter bevoegd is voor de ontruimingsvordering en dat het LVV-traject terecht is beëindigd. Medische problematiek is onvoldoende concreet onderbouwd om een uitzondering te rechtvaardigen.
De rechtbank wijst het verweer af, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten. De ontruiming mag worden uitgevoerd met inzet van de sterke arm en op kosten van de betrokkene indien deze niet vrijwillig vertrekt.
Uitkomst: De ongedocumenteerde vreemdeling wordt veroordeeld om binnen zeven dagen de opvanglocatie te verlaten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.