De gemeente Amsterdam vordert in kort geding dat de ongedocumenteerde vreemdeling [gedaagde], die sinds juni 2021 in een opvanglocatie verblijft, wordt veroordeeld tot ontruiming van deze locatie. Het LVV-traject is volgens het beleid maximaal 1,5 jaar en wordt beëindigd bij onvoldoende medewerking aan terugkeer. [gedaagde] werkte niet mee aan terugkeer naar Guinee en verbleef ruim 2 jaar en 9 maanden in de opvang.
De rechtbank oordeelt dat de civiele rechter bevoegd is voor de ontruimingsvordering en dat het LVV-traject terecht is beëindigd. Het verweer dat de bestuursrechter bevoegd zou zijn en dat het beleid niet consequent is toegepast, wordt verworpen. De rechtbank stelt dat [gedaagde] zonder recht of titel in de opvang verblijft en dat de gemeente een spoedeisend belang heeft vanwege de wachtlijst.
De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen de opvanglocatie te verlaten, met mogelijke inzet van de sterke arm. De kosten van ontruiming komen voor rekening van [gedaagde] indien hij niet vrijwillig vertrekt. Proceskosten worden gecompenseerd vanwege het recht op toegang tot de rechter. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.