Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:272

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2024
Publicatiedatum
21 januari 2024
Zaaknummer
C/13/744804 / HA RK 24-3
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 RvArt. 41 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning rechter toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid

Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning van een rechter ingediend in een civiele zaak. Het verzoek was gebaseerd op de vrees dat de rechter niet onpartijdig zou kunnen zijn vanwege een persoonlijke of zakelijke relatie met een van de betrokken advocaten.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij werd vastgesteld dat een mondelinge behandeling niet noodzakelijk is. De rechtbank oordeelde dat de geobjectiveerde vrees voor partijdigheid terecht was en heeft het verzoek tot verschoning toegewezen.

Als gevolg hiervan wordt de hoofdzaak voortgezet door een andere rechter. De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam en is onherroepelijk. De beslissing is toegezonden aan de betrokken partijen en de rechter.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen vanwege de schijn van vooringenomenheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/744804/HA RK 24/3 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. Q.R.M. Falger, rechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de rechtbank te Amsterdam is onder kenmerk C/13/737691 / HA ZA 23-717 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid kan zijn ontstaan.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 36 Rv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, omdat een van de betrokken advocaten onderdeel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kenniskring van de rechter.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met zaaknummer C/13/737691 / HA ZA 23-717 wordt voortgezet voor een andere rechter;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41, tweede lid Rv wordt toegezonden aan:
 de (advocaten van) bij de zaak betrokken partijen;
 de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 9 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.