Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
);
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 22 mei 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan medeplegen van oplichting van het UWV en poging tot oplichting van de Rijksdienst. De tenlastelegging betrof het ter beschikking stellen van rekeningnummers en bankpassen en het afgeven van poststukken in de periode van mei 2020.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van twee maanden en een geldboete van €10.000,- gevorderd. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om het opzet van verdachte op de oplichtingen aan te tonen. De bankrekening was reeds in 2019 geopend, vóórdat de Coronasteun bestond, en de chatberichten waarop het OM zich baseerde waren na de gepleegde oplichtingen verstuurd.
Daarom kon niet worden vastgesteld dat verdachte met opzet handelde als medeplichtige aan de oplichting. Op grond hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplichtigheid aan oplichting.