AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Rechtbank bevestigt bestuursorgaanstatus Belastingdienst bij niet tijdig beslissen Woo-verzoeken
Eiser diende twee Woo-verzoeken in bij de Belastingdienst, waarop niet tijdig werd beslist. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en legde een dwangsom op. De minister van Financiën stelde verzet in, stellende dat de rechtbank onbevoegd was omdat de Belastingdienst geen bestuursorgaan zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst wel degelijk een bestuursorgaan is op grond van de publiekrechtelijke grondslag in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Uitvoeringsregeling. Het ontbreken van openbaar gezag is niet doorslaggevend. De Belastingdienst heeft geen besluit genomen binnen de beslistermijn, waardoor de beroepen terecht gegrond zijn verklaard.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en handhaaft de eerdere uitspraken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet van de minister van Financiën ongegrond en bevestigt dat de Belastingdienst een bestuursorgaan is dat niet tijdig heeft beslist op Woo-verzoeken.
Voetnoten
1.Eiser heeft met dit verzoek verzocht om “alle documenten, waaronder onder andere memo's, notities, terugkoppelingsverslagen van (interne en externe overleggen en vergaderingen), e-mailberichten etc., bij en onder de Belastingdienst die betrekking hebben op het (concept van het) Besluit "Verrekenprijzen, toepassing van het arm's-lengthbeginsel en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen)" van 22 juni 2022 en het (concept van het) het "Besluit Winstallocatie vaste inrichtingen" van 14 juni 2022.”
2.Eiser heeft met dit verzoek verzocht om “alle documenten - waaronder onder andere memo's, notities, terugkoppelingsverslagen van (interne en externe overleggen en vergaderingen), e-mailberichten etc.- bij en onder de Belastingdienst met betrekking tot het Aanspreekpunt Potentiële Buitenlandse Investeerders (APBI) over de periode 1995 tot en met heden. Tot de gevraagde documenten behoren onder andere documenten die betrekking hebben op (het beleid over) de competentie van het APBI (waaronder de vraag wanneer sprake is van een potentieel buitenlandse investeerder), de modus operandi en werkwijze van het APBI (waaronder het functioneren als aanspreekpunt voor het Ministerie van EZK/NFIA, het Ministerie van Financiën en collega’s van de Belastingdienst), (beleid)evaluaties, jaar- en reisverslagen, nieuwsbrieven en overige uitingen van het APBI, en documenten over de inhoud van de gemaakte (typen) afspraken van het APBI met buitenlandse investeerders.”
3.Opposant verwijst naar de Memorie van Toelichting bij de Awb, TK 1988-1989, 21 221, nr. 3, p. 27.
4.Opposant verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 25 juni 2021, , r.o. 2.3.2.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN3203, over een commissie met alleen adviserende bevoegdheden. 6.Tweede Kamer, 1990-1991, 21221, nr. 5, pagina 32-33.