In deze civiele procedure vordert eiser nakoming van een vaststellingsovereenkomst waarin gedaagden een tweede recht van hypotheek toestaan op diverse panden. Gedaagde 1 betwist dat zij de onder de overeenkomst geplaatste handtekening heeft gezet en voert verzet tegen het verstekvonnis.
De rechtbank beoordeelt haar verzet als tijdig en gegrond en stelt vast dat de bewijslast voor het bestaan en de echtheid van de handtekening bij eiser ligt. Omdat de handtekening stellig wordt ontkend, levert de vaststellingsovereenkomst geen dwingend bewijs op zolang de echtheid niet is vastgesteld.
De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek naar de handtekening aan en geeft partijen de gelegenheid om hierover gezamenlijk of afzonderlijk deskundigen voor te dragen. Verder worden de kosten van het onderzoek voorlopig aan eiser opgelegd. De beslissing over de overige gedaagden wordt aangehouden totdat het onderzoek is afgerond.