Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
Appendix 8.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 30 mei 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van De Bijenkorf en PVH Brands Netherlands B.V. tot goedkeuring van afwijkende bedingen in hun concessieovereenkomst. Het verzoek betrof bepalingen in de artikelen 2, 22 en 24, die afwijken van de wettelijke bepalingen in afdeling 7.4.6 van het Burgerlijk Wetboek.
De kantonrechter overwoog dat de bedingen voldoende verschillen van de wettelijke ontbindingsgrond in artikel 7:231 BW Pro, waardoor goedkeuring mogelijk is. Zo bevatten de bepalingen in artikel 24 onder Pro meer een ingebrekestelling en redelijke termijnen voor herstel, waardoor een onmiddellijke ontbinding zonder rechterlijke tussenkomst wordt voorkomen. Ook de bepalingen over faillissement en betalingsonmacht zijn niet te kwalificeren als tekortkomingen in de zin van artikel 7:231 BW Pro.
Partijen hadden aangevoerd dat deze afwijkende bedingen in eerdere zaken ook waren goedgekeurd en dat afwijzing de rechtszekerheid zou schaden. De rechtbank bevestigde dat de bedingen als aanvullende opzeggronden kunnen worden beschouwd en keurde het verzoek daarom toe. De uitspraak bevestigt dat afwijkingen van wettelijke huurregels mogelijk zijn mits zij wezenlijk verschillen van de wettelijke ontbindingsgronden en de huurder voldoende bescherming geniet.
Uitkomst: De rechtbank keurt de afwijkende bedingen in de concessieovereenkomst tussen De Bijenkorf en PVH goed.