Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
de korpschef van politie,
Inleiding
Totstandkoming en inhoud van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Amsterdam
Eiser verzocht de korpschef van politie om afschriften van zijn totale dossier en alle persoonsgegevens die in 2022 door de nationale politie zijn verwerkt, op grond van artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo). De korpschef behandelde het verzoek met toepassing van drie wettelijke kaders: de Wet politiegegevens (Wpg), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Woo. Het Woo-verzoek werd niet in behandeling genomen omdat het te algemeen was en artikel 5.5 Woo als vangnetbepaling alleen geldt indien andere regelingen niet voorzien in informatieverstrekking.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek onvoldoende gespecificeerd was voor een gerichte zoekslag en dat de Wpg en AVG uitputtend de openbaarmaking en individuele verstrekking van politie- en persoonsgegevens regelen. Artikel 5.5 Woo geeft geen aanvullend recht op informatieverstrekking indien deze reeds door Wpg en AVG wordt gedekt. Het verzoek om getuigenverhoor werd afgewezen omdat dit niet bijdroeg aan de beoordeling van het principiële juridische geschil.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak benadrukt de voorrang van specifieke privacywetgeving boven de vangnetbepaling van de Woo en verduidelijkt de reikwijdte van artikel 5.5 Woo in relatie tot Wpg en AVG.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van het Woo-verzoek is ongegrond verklaard.