Eisers exploiteerden een escortbedrijf zonder vergunning en kregen daarom een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Deze last verplichtte hen om alle activiteiten te staken, waaronder het offline halen van de website en het blokkeren van telefoonnummers.
Eisers voerden aan dat zij op 30 mei 2022 afstand hadden gedaan van de website en de onderneming niet langer actief waren. Ter onderbouwing overlegden zij stukken over de verhuizing van de domeinnaam en afspraken bij de Kamer van Koophandel.
De rechtbank oordeelde echter dat de verhuizing van de domeinnaam niet gelijkstaat aan afstand van de website of overdracht van zeggenschap. Bovendien stond de website na de vermeende afstand nog geregistreerd op een bedrijfsnaam van eisers. Hierdoor was het college terecht in het opleggen van de last onder dwangsom.
De rechtbank wees de beroepen af, waardoor de last onder dwangsom in stand blijft. Eisers krijgen geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.