ECLI:NL:RBAMS:2024:3337
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk beroep tegen weigering volledige inzage politiegegevens
Eiser verzocht de korpschef van politie om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg). Na een eerdere uitspraak die het eerste besluit vernietigde, nam de korpschef een nieuw besluit waarin slechts gedeeltelijk aan het inzageverzoek werd voldaan. Eiser stelde dat de zoekslag onvoldoende was en dat er meer persoonsgegevens over hem verwerkt moesten zijn, met name in verband met onderzoeken naar een granaataanslag waarbij hij betrokken was.
De rechtbank constateerde dat de korpschef onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet alle gevraagde gegevens zijn verstrekt en dat het bestreden besluit niet voldoet aan de eisen van transparantie en volledigheid. Ook werd het procesgedrag van de korpschef als onvoldoende professioneel beoordeeld, wat leidde tot een maximale proceskostenvergoeding aan eiser.
De rechtbank wees het verzoek om een deskundigenonderzoek af, oordeelde dat de vragen van eiser concreet genoeg waren om zonder extra onderzoek te beantwoorden, en benadrukte dat de bestuursrechtelijke procedure zich beperkt tot technische toetsing van het inzageverzoek.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de korpschef opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de korpschef veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de korpschef opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.