De politierechter van de rechtbank Amsterdam behandelde op 9 januari 2024 het bezwaar van veroordeelde tegen de kennisgeving van het Openbaar Ministerie om vervangende hechtenis toe te passen wegens het niet naar behoren verrichten van een taakstraf van 20 uur. De taakstraf was opgelegd bij vonnis van 6 oktober 2020 en de tenuitvoerlegging daarvan gelast bij vonnis van 4 april 2022.
Veroordeelde, die dakloos is en een broze gezondheid heeft, kon niet altijd op afspraken verschijnen, wat de verdediging aanvoerde als reden om het bezwaar gegrond te verklaren en het aantal uren taakstraf op nihil te stellen of alsnog een kans te geven de taakstraf te voltooien. Het Openbaar Ministerie stelde dat ondanks inspanningen van de reclassering veroordeelde zelf verantwoordelijk is voor het verschijnen op afspraken.
De politierechter oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk en gegrond is. Uit het reclasseringsrapport bleek dat veroordeelde 8 uur had gewerkt, maar daarna door omstandigheden zoals dakloosheid en lichaamsgeur niet kon verschijnen. Er was geen sprake van onwil maar van onmacht. Daarom kreeg veroordeelde een nieuwe kans om de resterende 12 uur taakstraf binnen 6 maanden te voltooien.