ECLI:NL:RBAMS:2024:342

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2024
Publicatiedatum
24 januari 2024
Zaaknummer
13/159577-21; 23-024705
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:3:3 SvArt. 6:6:23 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis gegrond verklaard

De politierechter van de rechtbank Amsterdam behandelde op 9 januari 2024 het bezwaar van veroordeelde tegen de kennisgeving van het Openbaar Ministerie om vervangende hechtenis toe te passen wegens het niet naar behoren verrichten van een taakstraf van 20 uur. De taakstraf was opgelegd bij vonnis van 6 oktober 2020 en de tenuitvoerlegging daarvan gelast bij vonnis van 4 april 2022.

Veroordeelde, die dakloos is en een broze gezondheid heeft, kon niet altijd op afspraken verschijnen, wat de verdediging aanvoerde als reden om het bezwaar gegrond te verklaren en het aantal uren taakstraf op nihil te stellen of alsnog een kans te geven de taakstraf te voltooien. Het Openbaar Ministerie stelde dat ondanks inspanningen van de reclassering veroordeelde zelf verantwoordelijk is voor het verschijnen op afspraken.

De politierechter oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk en gegrond is. Uit het reclasseringsrapport bleek dat veroordeelde 8 uur had gewerkt, maar daarna door omstandigheden zoals dakloosheid en lichaamsgeur niet kon verschijnen. Er was geen sprake van onwil maar van onmacht. Daarom kreeg veroordeelde een nieuwe kans om de resterende 12 uur taakstraf binnen 6 maanden te voltooien.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzetting van taakstraf in vervangende hechtenis is gegrond verklaard en veroordeelde krijgt 6 maanden om de resterende 12 uur taakstraf te voltooien.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13/159577-21
raadkamernummer : 23-024705
datum : 9 januari 2024
beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en Pro artikel 6:6:23 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de basisregistratie personen:
[adres veroordeelde] ,
hierna te noemen: de veroordeelde.

Feiten

De politierechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 4 april 2022 de tenuitvoerlegging gelast van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 6 oktober 2020 (parketnummer 13/153660-20), te weten een taakstraf voor de duur van 20 uren en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 10 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.
Het Openbaar Ministerie heeft op 12 september 2023 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan op 13 september 2023 aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 20 september 2023 aan de veroordeelde betekend.

Procedure

Het bezwaar is op 4 oktober 2023 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft op 9 januari 2024 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. C.J. Nierop, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie mr. G.W. Koppers op zitting gehoord.
Veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet op zitting verschenen.

Bezwaar

Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. De verdediging verzoekt om het bezwaar gegrond te verklaren en het aantal uren taakstraf op nihil te stellen dan wel veroordeelde nog een kans te geven om de resterende uren taakstraf te verrichten. Veroordeelde is dakloos en heeft een broze gezondheid. Daardoor kon hij niet altijd op afspraken komen. De verdediging vraagt zich af wat voor nut het heeft om veroordeelde alsnog de taakstraf te laten uitvoeren.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie concludeert tot ongegrondverklaring van het bezwaar. Volgens de officier van justitie heeft de reclassering veel moeite gedaan voor veroordeelde en rekening gehouden met zijn bijzondere omstandigheden en zijn dakloosheid. Dit heeft echter niet geleid tot resultaat. Veroordeelde is echter zelf verantwoordelijk om te verschijnen op zijn afspraak om de taakstraf uit te voeren.

Beoordeling

Ontvankelijkheid bezwaar
De politierechter stelt allereerst vast dat het bezwaar tijdig is ingediend.
Verzoek tot aanhouding
Ter terechtzitting heeft de raadsman van veroordeelde verzocht om de zaak aan te houden, omdat veroordeelde niet aanwezig is. Hij hoopt dat veroordeelde bij een volgende zitting wel verschijnt. De politierechter stelt vast dat de oproep voor de zitting op juiste wijze is betekend. Omdat het aanhoudingsverzoek onvoldoende onderbouwd is en de politierechter geen aanknopingspunten heeft om te veronderstellen dat veroordeelde op een nieuw te plannen zitting wel zal verschijnen, wijst de politierechter het aanhoudingsverzoek af.
Beoordeling van het bezwaar
De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het hiervoor genoemde vonnis;
  • de rapportage van Reclassering Nederland van 7 september 2023;
  • de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;
  • het bezwaar van de veroordeelde.
De politierechter stelt vast dat uit het reclasseringsrapport volgt dat veroordeelde op 1 augustus 2023 8 uur heeft gewerkt. Hierna heeft veroordeelde zich driemaal afgemeld. Twee keer had dit te maken met het feit dat hij geen slaapplek in de buurt van de werkplekafspraak had kunnen vinden. Op 18 augustus 2023 verschijnt veroordeelde ook op de afspraak, maar wordt hij weggestuurd vanwege zijn lichaamsgeur. Volgens de politierechter was er op die dag dus geen onwil om te werken, maar onmacht. De politierechter wil veroordeelde daarom nog een kans geven om de resterende 12 uur taakstraf uit te voeren. Veroordeelde is hiertoe, zoals zijn raadsman ter zitting heeft gezegd, in principe toe in staat. Veroordeelde dient de taakstraf binnen een termijn van 6 maanden te voldoen. Dat betekent dat het bezwaar gegrond zal worden verklaard.

Beslissing

De politierechter:
  • verklaart het bezwaar
  • bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op
  • bepaalt dat de taakstraf binnen
Deze beslissing is gegeven door
mr. C.A.R. Bleijendaal politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. B. Ketelaers griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024