Eiseres, geboren in 2002, vroeg op 24 mei 2022 een Wajong-uitkering aan vanwege een verstandelijke beperking, gedragsproblemen en overgewicht. Verweerder wees de aanvraag af op basis van rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die stelden dat zij momenteel geen arbeidsvermogen heeft, maar mogelijk in de toekomst wel kan ontwikkelen.
De rechtbank beoordeelde of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is, hetgeen vereist is voor een Wajong-uitkering. Hoewel eiseres een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) heeft, betekent dit niet automatisch dat zij duurzaam arbeidsongeschikt is volgens het Wajong-toetsingskader. De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat werkzaamheden onder intensieve begeleiding niet uitsluiten dat er arbeidsvermogen is.
De verzekeringsartsen concludeerden dat de lichte verstandelijke beperking blijvend is, maar dat er nog mogelijkheden zijn voor ontwikkeling en behandeling van andere klachten zoals angst en obesitas. De rechtbank vond de motivering van verweerder navolgbaar en oordeelde dat het niet is uitgesloten dat eiseres nog arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering en zij het griffierecht niet terugkrijgt. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.