Verzoeker exploiteert een souvenirwinkel en vroeg een exploitatievergunning aan die door verweerder is geweigerd op grond van de Wet Bibob vanwege vermoedens van witwassen door een zakelijke relatie, de heer die de goodwill eerder aan verzoeker had verkocht.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn voor een zakelijk samenwerkingsverband en dat de belangen van de openbare orde en veiligheid zwaarder wegen dan het belang van verzoeker.
Ondanks een vaststellingsovereenkomst over de lening tussen verzoeker en de heer, vond de voorzieningenrechter dat dit niet voldoende bewijs levert dat het samenwerkingsverband is beëindigd. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het primaire besluit zal naar verwachting standhouden in bezwaar.