ECLI:NL:RBAMS:2024:3627
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van de Opiumwet wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker is huurder van een woning die op 29 mei 2024 voor drie maanden is gesloten door de burgemeester van Amsterdam op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van grote hoeveelheden drugs in de woning. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting per direct op te schorten gedurende de bezwaarprocedure.
Tijdens de zitting op 6 juni 2024 gaf verzoeker aan inmiddels een nieuwe huurwoning te hebben betrokken en niet meer terug te keren naar de gesloten woning. Het belang bij opschorting van de sluiting is daardoor beperkt tot een financieel belang vanwege dubbele huurkosten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro alleen een voorlopige voorziening wordt getroffen bij onverwijlde spoed. Een financieel belang vormt doorgaans geen spoedeisend belang, tenzij sprake is van een acute en onomkeerbare situatie. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd wat de financiële gevolgen van dubbele huur zijn, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt.
Ook is niet gebleken dat het besluit evident onrechtmatig is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.