ECLI:NL:RBAMS:2024:3669
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting op fiscale parkeerplaats
Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar voertuig op 11 mei 2023 geparkeerd stond op een parkeervak in Amsterdam waar geen parkeerbelasting was voldaan. Zij stelde dat het parkeervak bij het pand van haar werkgever geen fiscale parkeerplaats was en dat collega’s in vergelijkbare situaties bezwaar succesvol hadden gemaakt.
De heffingsambtenaar stelde dat het parkeervak wel degelijk onder het betaald parkeren regime viel, wat werd ondersteund door het stratenregister en scanauto-gegevens. De rechtbank stelde vast dat het parkeervak volgens het Uitvoerings- en aanwijzingsbesluit parkeerbelasting 2023 als fiscale parkeerplaats is aangemerkt en dat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde voor haar stelling.
Verder oordeelde de rechtbank dat de kenbaarheid van de parkeerbelasting voldoende was, mede omdat er een parkeerautomaat op circa 20 meter afstand stond en er geen aanwijzingen waren voor een uitzondering op het betaald parkeren regime. De stelling over vernietigde naheffingsaanslagen van collega’s kon niet leiden tot een andere uitkomst vanwege gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van het griffierecht af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.W. Speksnijder op 31 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.